Agenda

* Zondag 27 augustus: Tridentijnse Mis om 17u30 in de Basiliek van het H. Bloed, Brugge.
* Zondag 3 september: Tridentijnse Mis om 9u in de Basiliek van Dadizele.


maandag 24 januari 2011

Meer dan woorden: uiterlijke tekenen van geloof door de celebrant

Voor u gelezen op www.rknieuws.net:

Meer dan woorden drukt een knieval van de priester nederigheid en waardigheid uit wanneer hij de Heer aanwezig maakt in het heilig Sacrament. Hij weet immers dat hij slechts een dienaar is. Er zijn echter andere tekenen van devotie:

Wanneer de priester zijn handen uitstrekt in het gebed dan is dat als de smeekbede van iemand die arm en nederig is. De Algemene Instructie van het Romeins Missaal bepaalt “dat de priester, wanneer hij de H.Mis opdraagt, God en de mensen moet dienen met waardigheid en nederigheid. Zijn houding en de wijze waarop hij de Goddelijke woorden uitspreekt, moeten het geloof in de werkelijke, levende aanwezigheid van Christus bij de gelovigen overbrengen"(nr. 93). Een nederige houding zoals die van Christus zelf, zachtmoedig en nederig van hart.

Tijdens het gaan naar het altaar, moet de priester nederig zijn, niet om zich heen kijkend alsof hij op zoek is naar applaus. In plaats daarvan moet hij kijken naar Jezus, de gekruisigde Christus die aanwezig is in het tabernakel en voor wie hij buigen moet. Hetzelfde wordt gedaan voor de heilige afbeeldingen van de Maagd, de patroonheilige, de andere heiligen in de apsis of aan de zijkanten van het altaar.

Dan volgt de eerbiedige kus van het altaar, de bewieroking en de sobere begroeting van de gelovigen. Na de begroeting volgt het confiteor (schuldbelijdenis) met de ogen neergeslagen. In de buitengewone vorm van de Romeinse ritus knielen de gelovigen om zo de Heer te behagen.

De celebrant mag zijn stem niet verheffen en moet met een duidelijke, constante toon de homilie houden. Tijdens gebeden moet de stem onderdanig en smekend klinken en plechtig indien gezongen. "In teksten die worden gesproken, met een luide en duidelijke stem, hetzij door de priester of de diaken, of door de lector, of door allen, moet de toon van de stem overeenkomen met het genre van de tekst zelf. Dat kan een lezing, een gebed, een commentaar, een acclamatie, of een gezongen tekst zijn. De toon moet ook worden aangepast aan de vorm van viering en de plechtigheid van de bijeenkomst.

De priester zal de heilige gaven vol adoratie aanraken en hij zal het heilig vaatwerk kalm en aandachtig zuiveren in overeenstemming met de zovele heiligen en priesters voor hem. Hij zal zijn hoofd buigen over het brood en de kelk tijdens het uitspreken van de consecratiewoorden van Christus en tijdens de aanroeping van de Heilige Geest (epiclesi). Hij zal hen afzonderlijk opheffen en aanstaren vol adoratie waarna hij ze in meditatie langzaam laat zakken. Hij zal twee keer in plechtige aanbidding knielen. Hij zal daarna op een biddende toon doorgaan naar de doxologie, waarin hij de heilige gaven opheft en hen aanbiedt aan de Vader.

Dan zal hij het Onze Vader uitspreken met zijn handen omhoog. Hij mag niets in zijn handen hebben want dat is eigen aan de vrede-ritus. De priester zal het heilig Sacrament niet alleen laten op het altaar door het teken van vrede buiten het priesterkoor te geven. In plaats daarvan zal hij de Hostie breken op een plechtige en zichtbare manier en ervoor knielen en bidden. Hij zal opnieuw vragen niet te eten en te drinken aan zijn eigen veroordeling maar om behouden te blijven voor het eeuwige leven door het heilig Lichaam en kostbaar Bloed van Christus. Dan zal hij het Lichaam van Christus aan de gelovigen tonen voor de communie terwijl hij bidt "Dominum non sum dignus," (Heer ik ben niet waardig). Hij zal dan met een buiging als eerste communiceren om alzo een voorbeeld voor de gelovigen te zijn.

Na de communie kan men in stilte dankzeggen en staand is beter dan zittend. Nog veel beter is knielend, indien dat mogelijk is, zoals Johannes Paulus II deed wanneer hij de H.Mis opdroeg in zijn prive-kapel, met zijn hoofd gebogen en zijn handen gevouwen. Hij vroeg dan dat de gave die hij zojuist ontvangen had hem mochten brengen tot het eeuwige leven.

De priester gaat, na de laatste groet en zegen, omhoog naar het altaar om het te kussen, richt zijn ogen nogmaals tot het kruisbeeld en buigt en knielt voor het tabernakel. Hierna keert hij terug naar de sacristie, niet links of recht kijkend, zichzelf herinnerend aan het mysterie dat zojuist heeft plaatsgevonden.

Op deze manier zullen de gelovigen worden geholpen om de heilige tekenen van de liturgie, waarin alles een betekenis heeft, en de ontmoeting met het mysterie van de levende God te begrijpen.


Pater Nicola Bux is hoogleraar Oosterse Liturgie in Bari en raadgever van de Congregaties voor de Geloofsleer, voor de Goddelijke Eredienst en de Sacramenten, alsmede van het Bureau voor de liturgische vieringen van de Paus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen