Agenda

* Zondag 29 oktober: Tridentijnse Mis om 17u30 in de Basiliek van het H. Bloed, Brugge.
* Zondag 5 november: Tridentijnse Mis om 9u in de Basiliek van Dadizele.
* Zondag 19 november: Tridentijnse Mis om 9u in de Basiliek van Dadizele.
* Zondag 26 november: Tridentijnse Mis om 17u30 in de Basiliek van het H. Bloed, Brugge.



vrijdag 13 mei 2011

Instructie over Summorum Pontificum gepubliceerd

Op 13 mei 2011 publiceerde het Vaticaan de langverwachte instructie Universae Ecclesiae die de toepassing van het motu proprio Summorum pontificum (2007) moet regelen.

Twee gelijkwaardige ritussen
De instructie herhaalt nog eens dat het motu proprio voor alle gelovigen bedoeld is die belangstelling hebben voor de Romeinse liturgie zoals die tot de liturgiehervorming na Vaticanum II gangbaar was. Benedictus XVI gaf met zijn motu proprio aan dat de Romeinse ritus zodoende twee evenwaardige ritussen kent, de gewone (nieuwe Mis) en buitengewone (oude, ‘Tridentijnse’ Mis). De instructie bepaalt ook dat kloosterorden die tot 1962 een eigen liturgievorm hadden, die verder mogen gebruiken (bv. de ritus van de karmelieten).
Door deze instructie krijgen de bisschoppen de opdracht om te waken over het respect dat aan de buitengewone vorm van de Romeinse ritus toekomt.

Een groep gelovigen
De gelovigen hebben het recht op een Misviering in de oude vorm. Hiervoor is het voldoende dat een groep gelovigen uit één of meerdere parochies, uit één of meerdere bisdommen hierom vraagt. De instructie waarschuwt wel tegen de sedesvacantisten: gelovigen die om de oude ritus vragen, mogen niet bij groepen behoren of deze ondersteunen die de geldigheid van de nieuwe Mis ontkennen of de paus niet als opperste herder van de wereldkerk erkennen.
Als het om eerder kleine groepen gelovigen gaat, kunnen zij zich tot de plaatselijke bisschop wenden om een kerk te vinden waar voor hen in de oude ritus kan gecelebreerd worden. Op die manier moet het die gelovigen gemakkelijker gemaakt worden om de Mis in de oude ritus bij te wonen.

Gastvrijheid van de pastoor of rector
Een pastoor of verantwoordelijke van een kapel of heiligdom (de instructie verwijst ook expliciet naar bedevaartsoorden) dient een Mis in de buitengewone vorm in zijn kerk “gastvrij” toe te laten, rekening houdend met de gewone mistijden in die kerk.

Opleiding voor priesters en seminaristen
In principe kan elke priester die volgens het kerkelijke recht de Mis mag opdragen ook de oude Mis celebreren. Hij dient wel voldoende Latijn te kennen. Daarom vraagt de instructie ook dat in de seminaries voldoende aandacht aan het Latijn gegegeven wordt. Seminaristen dienen ook de mogelijkheid te krijgen om de oude Mis aan te leren als hier pastorale nood toe is. Ook priesters moeten hiertoe van de bisschoppen mogelijkheden aangeboden krijgen. Wanneer in een bepaald bisdom geen priesters zijn die de oude Mis kunnen vieren, kan beroep gedaan worden op een van de congregaties die onder de verantwoordelijkheid van de Ecclesia Dei-Commissie vallen.
Elke priester mag steeds, zonder hierom toelating te moeten vragen, privé de Tridentijnse Mis opdragen. Wie in de oude ritus celebreert moet strikt de rubrieken (regels) van deze ritus volgen. De rubrieken van na 1962 die voor de nieuwe Mis gelden, gelden dus niet voor de oude ritus. De lezingen en het evangelie moeten ofwel enkel in het Latijn ofwel in zowel het Latijn als de volkstaal gebracht worden. Enkel bij een gelezen Mis mag het enkel in de volkstaal.
De instructie geeft aan dat er in de toekomst bepaalde nieuwe prefaties en heiligenfeesten zullen toegevoegd worden aan de traditionele kalender.

Andere sacramenten
Zoals het motu proprio reeds bepaalde mogen andere sacramenten in de buitengewone vorm van de Romeinse ritus toegediend worden. De instructie bepaalt wel dat de lagere en hogere wijdingen in de oude ritus enkel mogen toegediend worden bij de congregaties en instituten die onder de Ecclesia Dei Commissie vallen of bij congregaties die de oude ritus volgen. Verder is het ook toegelaten om de oude formulieren voor pontificale Missen te gebruiken.
Elke geestelijke kan het brevier in de buitengewone vorm bidden, maar dan wel volledig en in het Latijn.
De uitzondering die in het motu proprio gemaakt werd voor de vieringen in de Goede Week valt weg. Deze mogen eveneens overal in de buitengewone vorm gevierd worden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen