Agenda

* Gezocht: Tridentijnse Mis in de regio Aalst/Dendermonde
* Kalender met de H. Missen in de buitengewone vorm in de St. Jacobskerk in Antwerpen
* Zondag 27 april: Tridentijnse Mis in de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge om 17u00

dinsdag 30 november 2010

Om te groeien in de kunst van het vieren (2)

In een artikelenreeks in Pastoralia richt aartsbisschop Léonard de aandacht op een aantal misvormingen in de liturgie, die in ons land redelijk wijd verspreid zijn. Hiermee geeft hij ook gevolg aan het document "Redemptionis Sacramentum" van de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten uit 2004. Hierin worden een aantal liturgische zaken duidelijk gesteld. De liturgie is immers niet iets wat we naar believen kunnen manipuleren. Het is een rijke schat die ons uit de traditie van de Kerk werd overgeleverd en die behoedzaam moet worden bewaard en verder ontwikkeld - in continuïteit met het verleden. De volledige tekst van "Redemptionis Sacramentum" vindt u hier.
Het voorgaande gedeelte vindt u hier.


Nadat ik in een eerste artikel (Pastoralia nummer 7, september 2010) het algemeen belang van deze reflecties onderstreepte en de opbouwende geest benadrukte waarin ik ze met u wil delen, heb ik het in een tweede bijdrage (Pastoralia nummer 8, oktober 2010) gehad over de opening van de misvieringen: de liturgie van het Woord. Nu wil ik, even concreet, ingaan op enkele aandachtspunten met betrekking tot de eucharistische dienst.

DE EUCHARISTISCHE DIENST

De bereiding van de gaven

Na de voorbeden begint de eucharistische dienst zelf. Allereerst is er de bereiding van de gaven. Het kan overbodig lijken eraan te herinneren dat wat betreft het te consacreren brood het dient te gaan om ongedesemd tarwebrood. Enkele zeer zeldzame misbruiken nopen ons er echter toe kort de aandacht op dit punt te vestigen (cf. § 48). Het is dus misplaatst om gewoon gefermenteerd tarwebrood (als dat van bij de bakker), of brood waaraan vruchten, suiker of honing is toegevoegd (`kramiek' zoals we het in België zeggen) te gebruiken. Het is daarom het meest oordeelkundig, zoals dat gewoonlijk gebeurt, te kiezen voor professioneel vervaardigde hosties, bij voorkeur de wat dikkere die beter het eigen karakter van het broodteken oproepen. We moedigen de celebranten ook aan een of meer grotere hosties te voorzien die bij de communie gebroken kunnen worden. Het is tevens aangewezen tijdens de communieviering een voldoende aantal kleine hosties te consacreren, zodat men niet onnodig dient terug te vallen op de eerder geconsacreerde hosties uit het tabernakel (cf. § 49). In sommige kloosters en neocatechumenale gemeenschappen kiest men voor dikker en zachter ongedesemd tarwebrood. Dit werkt hier zeer goed omdat deze voldoende gevormd zijn en de nodige zorg dragen voor de soms toch wat grotere broodstukjes die na de communie in de pateen overblijven. In de eerder gewone gemeenschappen is het verkieslijk de gebruikelijke hosties te gebruiken die het voordeel hebben amper kruimels na te laten.


Het gebruikelijke vaatwerk

Het vaatwerk dat de hosties en de wijn bevat, en dat - na de consecratie - het Lichaam en het Bloed van de Heer mag ontvangen, kan behoudens uiterste noodzaak geen gewoon vaatwerk zijn. Het is voorbehouden aan liturgisch gebruik. Men dient dus zorgzaam af te zien van mandjes of gewone drinkglazen. Men zal dus een resolute voorkeur geven aan patenen, schalen en kelken uit edelmetaal. Wanneer men vaatwerk uit de pottenbakkerij gebruikt, dient het te gaan om zeer degelijke voorwerpen met een artistieke waarde (cf § 117). Indien er bij de offerande ook andere gaven worden aangebracht dan het brood en de wijn, zal men erover waken dat, naast een zekere soberheid, deze giften niet op het altaar geplaatst worden.


De bewieroking en de handwassing

Na het aanbrengen van de gaven, is het bij zondagsvieringen en tijdens hoogfeesten aangewezen de offergaven en vervolgens de gelovigen te bewieroken, net zoals men bij de aanvang van de viering en bij de lezing van het evangelie het evangelieboek heeft bewierookt. Als afsluiting van de offerande zie ik geen reden om de handwassing achterwege te laten, zoals dat in sommige parochies of gemeenschappen gebruikelijk is. Naast zijn mogelijk praktische nut, drukt dit gebaar de innerlijke zuiverheid uit, waarmee de celebrant de liturgie aanvangt, zoals ook het begeleidende gebed bij dit gebruik het verwoordt.


De prefatie en het eucharistisch gebed.

Na het gebed over de gaven, begint het grote eucharistisch gebed, het hart van de misviering. Dit start met de prefatie, zijnde het dankgebed dat de gemeenschap situeert in de liturgische tijd of het gevierde feest.

Net als bij verscheidene gebeden zou men voor de prefatie, bij gelegenheid, een beroep kunnen doen op teksten uit bepaalde liturgische tijdschriften. Deze hebben het voordeel dat ze verwijzen naar de Bijbelse zondagslezingen. Maar die referentie is niet noodzakelijk, vermits de misviering geen educatieve activiteit is, gericht op de verwerking van een thema. Bovendien evenaart niets de beknopte en eenvoudige schoonheid, van de gebeden en prefaties uit het missaal. Het aanbod is dermate groot dat men er altijd passende keuze kan uit maken.

Men moet daarentegen in het bijzonder onverzettelijk zijn met betrekking tot de eucharistische gebeden zelf. Het missaal voor Franstalig België telt er waaronder de vier klassieke, gemeenschappelijk aan de universele Kerk, zes andere aangepast aan bijzondere gelegenheden (verzoening, groter samenkomsten en vieringen met veel kinderen). Het missaal, gebruikt in Vlaanderen en Nederland, kent elf eucharistische gebeden, waaronder sommige in verschillende versies. Het komt zowel het geloof als de schat van de Eucharistie ten goede dat men zich noodzakelijkerwijs houdt aan deze goedgekeurde gebeden en resoluut afziet van andere gangbare teksten, en in het bijzonder eigen ontwerpen. Elke andere handelwijze is een ernstige inbreuk die de eenheid van de Kerk schaadt (cf. § 51).

Voor de erkende eucharistische gebeden, en in het bijzonder voor de vier basisversies, heeft in menige parochie de gewoonte ingang gevonden nooit te kiezen voor de eerste, met name de Romeinse Canon. Ook het gebruik van de vierde, een nochtans schitterende versie met eigen prefatie, is in onbruik geraakt. Het is waar, deze eucharistische gebeden vergen enkele bijkomende minuten, maar is dat dan een reden om ze naast zich neer te leggen?


Een ernstige dwaling die moet bijgestuurd worden.

Met betrekking tot het eucharistisch gebed dien ik met nadruk een zeer ernstig misbruik onder de aandacht te brengen dat in een aantal parochies plaatsvindt. Het bestaat erin dat de hele gemeenschap of een deel ervan, alternerend met de priester, passages uit het eucharistisch gebed mee uitspreekt, soms zelfs het gebed in zijn geheel, met inbegrip van de consecratie (cf. § 52). Dit is een zeer zware fout met gewichtige gevolgen, vermits ze erop neerkomt dat ze de eigen rol van de priester als voorganger in de eucharistie totaal vervaagt. Dit doet afbreuk aan een essentiële structuur binnen de katholieke Kerk die inhoudt dat - precies zoals in de orthodoxe Kerk - de gewijde bedienaar noodzakelijk is om Christus die in eigen persoon de eucharistie viert, te ‘vertegenwoordigen’ en ‘tegenwoordig te brengen’ tot eer van God en voor het heil van de wereld.

Het is dus een totale misvatting te menen dat de specifieke rol van de priester die de enige gemandateerde is om het eucharistisch gebed uit te spreken, een vorm van machtsmisbruik is. Het gaat erom te erkennen dat, vanuit zijn eigen zending, de priester Christus tegenwoordig brengt in de gemeenschap als Hoofd van de Kerk die zijn Lichaam is, en als Man van de Kerk, die zijn teerbeminde Echtgenote is. Trouwens, de gemeenschap blijft hoegenaamd niet passief tijdens het eucharistisch gebed. Naast een innige betrokkenheid bij het gebed, gaat ze in dialoog met de priester bij het begin van de prefatie en zingt ze het ‘Sanctus’. De gemeenschap spreekt na de consecratie mee de anamnese uit , en verenigt zich in het ‘Amen' op het einde van de doxologie (‘Door Hem, en met Hem en in Hem...'), waarmee de priester het eucharistisch gebed besluit. Daarenboven voorziet de orde van dienst tijdens het eucharistisch gebed bij kindervieringen in acclamaties. Deze kan men ook inpassen bij vieringen met volwassenen, net zoals de twee ‘aanroepingen van de Heilige Geest' (epicleses), de ene die voorafgaat aan de consecratie en de andere die erop volgt, waarbij de eerste gericht is op de gaven (brood en wijn) en de tweede op het verzamelde godsvolk, samengebracht in de Eucharistie. (cf. § 54).

Het bezwaart mij deze elementaire zaken in herinnering te moeten brengen, maar het behoort tot mijn taak zowel de gelovigen als de priesters te wijzen op het belang van deze kwesties. Inderdaad, deze ontoelaatbare praktijken hebben vaak ideologische connotaties. Op min of meer uitgesproken wijze willen ze, doorheen de liturgie, de idee doen ingang vinden van een Kerk die best kan leven zonder apostolische bediening of priesterschap. En dat betekent een totale breuk met het Tweede Vaticaans Concilie dat het onderscheid tussen het priesterschap van alle gedoopten en het gewijde priesterschap met klem benadrukt. Zelfs in kerkelijke gemeenschappen die hun oorsprong vonden in de Hervorming, heeft men vaak de zin van het apostolische dienstwerk bij de viering van het Avondmaal van de Heer beter bewaard dan in sommige van onze parochies. Daar waar nodig, roep ik op tot een heilzame nieuwe start.


De gemeenschap met de diocesane en universele Kerk.

Elke eucharistie wordt gevierd in gemeenschap met de plaatselijke diocesane en universele Kerk. Trouwens, een priester viert in de parochie slechts eucharistie als plaatsvervanger van de bisschop, opvolger van de Apostelen, die door de omstandigheden verhinderd is zelf overal voor te gaan. Vandaar zal men ook nooit nalaten, en dit volgens een zeer oude traditie, tijdens het eucharistisch gebed de naam van de paus en deze van de diocesane bisschop (en eventueel de hulpbisschop) te vermelden. Deze nalatigheid brengt de gemeenschap van de Kerk, essentieel voor de viering van de eucharistie, in gevaar (cf. § 56).

Hiermee besluit ik de bedenkingen rond het eerste deel van de eigenlijke eucharistische liturgie. In een volgende bijdrage komen de communie en het slot van de viering aan bod.

+ANDRE JOZEF LEONARD, Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

woensdag 24 november 2010

Cursus Tridentijnse liturgie

Mededeling van het Nederlandse seminarie de Tiltenberg

Evenals vorig jaar wordt dit studiejaar op de Tiltenberg de gelegenheid geboden om de buitengewone vorm van de Latijnse ritus te leren.

Was de cursus vorig jaar nog alleen open voor priesters, nu zijn ook de priesterstudenten welkom die in het laatste jaar van hun opleiding zijn, terwijl de andere priesterstudenten worden uitgenodigd om te leren hoe te assisteren in een Tridentijnse H. Mis.

Dit alles overeenkomstig de normen gegeven door Paus Benedictus XVI, en met name naar aanleiding van zijn Motu proprio "Summorum pontificum" van 7 juli 2007 dat - hoewel niet uitdrukkelijk - de priesters aanmoedigt tenminste in staat te zijn de H. Liturgie volgens de buitengewone vorm te kunnen vieren.

Ook priesters die niet aan de Tiltenberg verbonden zijn en priesters van andere bisdommen zijn van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de cursus die gegeven zal worden door drs. F. Bunschoten, pr.

De cursus zal plaatsvinden op de maandagen 24 januari, 14 februari, 14 maart en 28 maart, steeds van 14.00-16.00. Aanmelden voor de cursus kan door middel van het aanmeldingsformulier.

Overigens zal een eerste H. Eucharistie in de buitengewone vorm van de Latijnse ritus op de Tiltenberg gevierd worden op maandag 13 december.

dinsdag 23 november 2010

Zondag 28 november: Plechtige Hoogmis in de traditionele ritus in Brugge‏‏

Zondag 28 november
Eerste Zondag van de Advent

Plechtige Hoogmis
("drie herenmis")
in de Tridentijnse ritus (missaal 1962)

H. Bloedbasiliek
Burg, Brugge
(bovenkapel)

om 17 uur

Opgedragen door EH Schijffelen van de Petrusbroederschap (diaken: EH Komorowski, subdiaken: EH Dupont).
Deze Mis is een initiatief van de Werkgroep Mysterium Fidei
met vriendelijke toelating van de rector van de Basiliek.

Om 15u45 houdt EH Schijffelen het vervolg van zijn conferentie over de liturgie in de traditionele ritus in de bovenzaal van restaurant Tom Pouce op de Burg.

Vanaf 16u30 is er biechtgelegenheid in de bovenkapel van de Basiliek.

Na de Mis is er verering van de Relikwie van het H. Bloed.

Wie wil helpen met de voorzang (Gregoriaans), kan zich voor de Mis bij de orgelist aanmelden op het oksaal.

Help deze maandelijkse H. Mis (elke laatste zondag van de maand) a.u.b. bekend te maken door ook vrienden en kennissen uit te nodigen.

zondag 21 november 2010

27 november: gebedswake voor het leven

Paus Benedictus XVI wil op 27 november in de Sint-Pieter een gebedswake voor het ongeboren leven houden. Dat kondigde de paus afgelopen zondag na het middaggebed op het Sint-Pietersplein aan. Hij nodigde lokale kerken, ordes en geestelijke gemeenschappen in de hele wereld uit aan het initiatief deel te nemen. De adventstijd is volgens de paus een geschikt moment om de bescherming van ieder menselijk wezen op te eisen. Op de vooravond van de eerste adventszondag, die dit jaar op 28 november valt, viert de paus traditiegetrouw de vespers in de Sint-Pieter.

Bij gebrek aan initiatieven in de Vlaamse parochies (althans niets aangekondigd op kerknet):

"Gebedswake voor het leven
voorgegaan door Mgr. André-Jozef Léonard
27 november om 20u in de Sint-Michiel-en-Goedelekatedraal in Brussel

- De Vespers op de vooravond van de eerste zondag van de Advent
- Gebedswake
- Eucharistische Aanbidding

Deze plechtige wake voor het nieuw leven vieren we in gemeenschap met paus Benedictus XVI en de particuliere Kerken over de hele wereld."

De Priesterbroederschap St.-Petrus in Brussel

Mededeling van de Priesterbroederschap St.-Petrus in de Benelux

De priesterbroederschap St.-Petrus in de Benelux (FSSP) heeft de grote vreugde de opening van een nieuw apostolaat in Brussel bekend te maken, in de "Sint-Jan-en-Stefaan-der-Miniemen-kerk".

Met instemming van de oversten van de FSSP, en met de welwillende instemming van de parochie-admiistrator, zeereerwaarde heer Jacques van der Biest, heeft de aartsbisschop van Mechelen-Brussel, Mgr Léonard, op 1 november 2010 Pater Hervé Hygonnet benoemd tot parochie-vicaris van bovengenoemde parochie.

Hij zal zorgen voor de katholieken die zich toewijden aan de buitengewone vorm van de Romeinse liturgie.

Sinds 2003 is Pater Hygonnet regionaal overste van de Benelux en heeft tegelijkertijd de zielzorg over de kapel van de heilige Theresia in Namen, waar de zondagsmis wordt gecelebreerd.

Eveneens wordt in de Waalse hoofdstad, in de kathedraal Saint-Aubain, van maandag tot en met donderdag de H. Mis gecelebreerd volgens de buitengewone ritus van de Romeinse liturgie. En in dezelfde stad is in overeenstemming met het kerkelijk recht in december 2005 een huis van de Priesterbroederschap opgericht dat momenteel bestaat uit drie priesters en één seminarist.

Tot augustus 2011 zullen de activiteiten van de FSSP in Brussel verlopen volgens het volgende schema:

1. Gezongen zondagsmis om 9uur.
2. Gelezen H. Mis op vrijdag 18.30uur en op zaterdag 9uur.
3. Verder organiseert de Priesterbroederschap een aantal activiteiten die zullen omvatten: Lof met aanbidding van het Allerheiligst Sacrament, de studiekring van de heilige Thomas, Domus Christiani, en catechismuslessen voor kinderen en volwassenen.

In Namen is de tijd van de gezongen zondagsmis gewijzigd. Deze zal voortaan plaatsvinden om 11.15uur. De catechismuslessen zullen derhalve voor de H. Mis plaatsvinden, namelijk om 10uur

www.fssp.be

woensdag 10 november 2010

Om te groeien in de kunst van het vieren

In een artikelenreeks in Pastoralia richt aartsbisschop Léonard de aandacht op een aantal misvormingen in de liturgie, die in ons land redelijk wijd verspreid zijn. Hiermee geeft hij ook gevolg aan het document "Redemptionis Sacramentum" van de Congregatie voor de Eredienst en de Sacramenten uit 2004. Hierin worden een aantal liturgische zaken duidelijk gesteld. De liturgie is immers niet iets wat we naar believen kunnen manipuleren. Het is een rijke schat die ons uit de traditie van de Kerk werd overgeleverd en die behoedzaam moet worden bewaard en verder ontwikkeld - in continuïteit met het verleden. De volledige tekst van "Redemptionis Sacramentum" vindt u hier.


Nadat ik het belang van deze reflexie heb onderstreept in het vorige nummer van PASTORALIA en de opbouwende geest waarin ik ze met u wil delen, zou ik concreet willen aanvangen met enige aandachtspunten omtrent de opening van de misviering en de liturgie van het Woord.

DE OPENING VAN DE MISVIERING
Het eerste wat de gelovigen bij het begin van de misviering opmerken, is de kledij van de celebrant en de aanwezigheid van acolieten (of hun afwezigheid). Tezelfdertijd worden ze getroffen door de muziek die hen opneemt - de intredezang - en de liturgische opstelling van de gemeenschap.

De kledij van de voorganger(s)
Op sommige plaatsen is men afgestapt van het gebruik dat de priester de kazuifel draagt boven de albe en de stola. Het zou een goede zaak zijn deze traditie te herontdekken (c£ § 123) vermits het dragen van de kazuifel er op een heldere manier op wijst dat de priester niet in eigen naam voorgaat, maar wel als drager van het priesterschap van Jezus Christus, onze enige Hogepriester. Als er meerdere priesters concelebreren, is het bijgevolg aangewezen dat de hoofdcelebrant de kazuifel draagt, terwijl de concelebranten, bij eventueel gebrek aan beschikbare kazuifels, het houden bij het dragen van albe en stola (cf. § 124).

De acolieten
Wat de acolieten betreft, zijn zowel meisjes als jongens welkom, al dient er wel over gewaakt dat de jongens niet worden uitgesloten, vermits menige priesterroeping haar oorsprong vindt in het directe contact met de misviering (cf. § 47). Het gebeurt ook dat de meisjes zo talrijk zijn dat de jongens enige terughoudendheid tonen om zich aan te bieden. Een juist evenwicht is dus geboden. Niettemin is de aanwezigheid van acolieten essentieel. Ik ben dan ook de liturgische ploegen dankbaar en feliciteer samen met hen de bewegingen die de rekrutering van acolieten, jongens en meisjes, aanmoedigen, en waken over hun begeleiding. Zij bewijzen op die manier de Kerk een grote dienst.

De liturgische samenzang
Het hoofdstuk met betrekking tot de muziek en de liturgische samenzang (cf. § 57) zou op zich een meer uitgebreide behandeling verdienen dan waar binnen dit bestek ruimte voor is. Ik wil er enkel de aandacht op vestigen dat de tendens groeit om de traditionele misteksten (inzonderheid het Gloria, het Credo en het Sanctus) te vervangen door dichterlijke alternatieven die soms slechts een verre verwantschap hebben met de liturgische teksten (cf. § 59). Het zou de verantwoordelijken van de samenzang ter harte moeten gaan zich te houden aan de talrijk voorhanden muzikale composities die de tekst, eigen aan de gehele Kerk, respecteren.
Het probleem stelt zich op uitermate ernstige wijze met betrekking tot het Credo waarin het gemeenschappelijke geloof van alle christelijke belijdenissen tot uitdrukking komt. Het is bijgevolg ook van groot oecumenisch belang zich in de liturgie te houden aan het Credo van Nicea-Constantinopel of het Symbolum van de Apostelen, of bij gelegenheid aan de Geloofsbelijdenis in vraag en antwoord, zoals gebruikt tijdens de paaswake (cf. § 69). We zouden er groot voordeel mee doen af te stappen van andere composities die overigens soms getuigen van weinig goede smaak. Sommige niet echt aan te bevelen composities bevatten evenwel een waardevol refreinvers dat kan opgenomen worden bij het begin of op het einde van het `Credo' van de Kerk, eventueel ook als tussenvers. Maar - sta mij toe erop aan te dringen - het gebruik van hetzelfde `Gloria', hetzelfde `Sanctus' en hetzelfde `Credo' in alle landen, welke ook hun taal weze, is een opmerkelijk teken van de universele communio. Dit mag niet verloren gaan.

En zo men de mening is toegedaan dat het `Credo' van Nicea-Constantinopel een vrij moeilijke tekst is, volstaat het er enkele homilieën aan te wijden om de enorme rijkdom die erin vervat ligt, toe te lichten. Ik was er ook al meermaals getuige van, dat tijdens vieringen met ruime aanwezigheid van jongeren dit `Credo' in een gebarenspel werd uitgebeeld. Dat geeft een verrassend resultaat. Zelfs de aanwezige volwassenen ontdekken aldus eindelijk de ware toedracht van uitdrukkingen als `geboren, niet geschapen, een in wezen met de Vader', of `en aan zijn Rijk komt geen einde', of nog `de Heilige Geest, die met de Vader en de Zoon tezamen wordt aanbeden en verheerlijkt'. Om te komen tot deze geloofsbelijdenis die alle christelijke gemeenschappen delen, heeft de Kerk gedurende vier eeuwen gebeden en gemediteerd en heeft ze het opgenomen tegen dwaalleren allerhande. Men' mag deze schat met vergooien ten voordele van composities die geen toekomst hebben.

De liturgische opstelling
Wat de liturgische opstelling betreft, waaruit voor een groot deel de `actieve deelname' van de gelovigen aan de liturgie spreekt (cf. § 40), volstaat het in herinnering te brengen dat, behoudens persoonlijke gezondheidsproblemen, de gelovigen rechtstaan vanaf het begin van de viering tot de eerste lezing (en dus niet gaan zitten tijdens de schuldbelijdenis en het Gloria!). Ze blijven zitten tijdens de lezingen, maar eens het Alleluia (of de acclamatie tijdens de veertigdagentijd) wordt aan-geheven, gaan allen rechtstaan voor het Evangelie. Ze gaan opnieuw zitten tijdens de homilie. Vervolgens staat men recht tijdens het `Credo' en de voorbeden en kan men gaan zitten tijdens de offerande. De gelovigen gaan staan bij de uitnodiging `Bid, broeders en zusters...' tot na de communie (men gaat dus niet zitten tijdens de prefatie, noch tussen de consecratie en het Onze Vader, noch voorafgaand aan de communie!). De gelovigen kunnen indien mogelijk, desgewenst knielen tijdens de consecratie, uit eerbied voor het grote mysterie dat zich voltrek Tijdens de bezinning na de communie blijft men zitten. Ten slotte gaan allen weer staan voor het slotgebed tot en met de wegzending, behalve wanneer eventuele mededelingen te veel tijd in beslag nemen. Deze afwisseling van zitten en staan (en zelfs knielen) is geen kunstmatige gymnastische oefening die ons het leven moeilijk wil maken, maar een concrete manier om bidden met het gehele lichaam en niet louter in de geest.

DE DIENST VAN HET WOORD
Na de opening van de viering komen de lezingen van de dienst van het Woord. Vervolgens de homilie, de geloofsbelijdenis en de voorbeden.

De lezingen van de dienst van bet Woord.
Men dient er op toe te zien tijdens het beluisteren van het Woord Gods nooit buiten bijbelse teksten in te lassen, en dit onder geen beding. Als men oordeelt dat een of andere veelzeggende niet-Bijbelse tekst toch past, kan dit enkel bij wijze van bezinning, op een gepast moment, en in geen geval als gelijkwaardig met een Bijbelse lezing. Het is inderdaad de Openbaring vertolkt in het Woord Gods die ons in de liturgie samenbrengt, en niet een of andere tekst die ons vanuit een bepaalde religieuze traditie of dichterlijke smaak aanspreekt.
Ik nodig ook iedereen vriendelijk uit afstand te nemen van de kwalijke gewoonte die zich her en der voordoet om zonder ernstige reden een van de drie zondagslezingen weg te laten. Het is juist een van de mooiste verworvenheden van de liturgische hervorming de lezing van de Heilige Schrift tijdens de misviering te hebben uitgebreid. Het is niet het ogenblik dit nu terug te schroeven! In het bijzonder is het uiterst gevaarlijk de lezingen van het Oude Testament systematisch over te slaan, alsof deze joodse Schriften van het Eerste Verbond geen deel zouden uitmaken van de christelijke Openbaring! De verantwoordelijken van de samenzang dienen er ook voor te zorgen dat het lied dat volgt op de eerste lezing bij voorkeur de meditatiepsalm is zoals voorzien in de liturgie, en niet een of ander zangstuk dat eigenlijk geen betrekking heeft op de lezing (cf. § 62).

Tijdens de misviering gebeurt de lezing of de voorzang van het Evangelie steeds door een gewijde bedienaar: bisschop, priester of diaken. Men kan een uitzondering maken voor misvieringen voor kinderen, waarbij een lezing op basis van de tekst door henzelf of hun catechist kan worden uitgebeeld.

DE HOMILIE

Evenzo wordt de homilie steeds uitgesproken door een gewijde bedienaar (cf. § 63-64). Indien een leek wenst tussen te komen voor een mededeling of een getuigenis, plaatst men die bijdrage bij voorkeur tussen het slotgebed en de zegen, het moment waarop gewoonlijk de mededelingen worden gedaan (cf. § 74), of nog, wanneer dit nodig lijkt, als vervolg op een korte homilie van de celebrant.

De geloofsbelijdenis en de voorbeden
De geloofsbelijdenis is als het antwoord van de geloofsgemeenschap op het beluisterde Woord Gods. Ik heb er het al eerder over gehad. Ten slotte eindigt de dienst van het Woord met de voorbeden. Hier voltrekt zich alles gewoonlijk normaal goed. Toch dient men er over te waken dat deze voorbeden tijdens huwelijks- of begrafenisvieringen inderdaad gebeden tot God blijven, en niet verworden tot een afscheidsgroet aan de overledene of een wensbericht naar het jonge paar toe. Het volstaat, om een goed resultaat te bekomen, de betrokkenen te vragen er voor te zorgen dat hun voorbede logischerwijs kan besloten worden met de formule: "Laat ons bidden".
Hierbij heb ik uw aandacht gevestigd op enkele punten betreffende de opening van de misviering en de dienst van het Woord. In een volgende bijdrage is de Eucharistische dienst aan de orde.

+ ANDRE JOZEF LEONARD,
Aartsbisschop van Mechelen-Brussel

Vervolg

maandag 1 november 2010

Het modernisme in de Kerk

Onderstaande lezing werd gehouden door EH Cor Mennen op de Catholica dag vorige zaterdag 30 oktober in Utrecht.
Het modernisme zoals we dat in de katholieke Kerk hebben leren kennen, is een rechtstreeks product van de Verlichting. De Verlichting is een wijze van denken in de 17de, 18de eeuw die zich bewust ontworsteld heeft aan wat men dan beschouwt als de “donkere” Middeleeuwen, met zijn standenmaatschappij, met zijn bijgeloof, zijn geloven op gezag van een kerkelijke autoriteit. Voor de Verlichting staat de rede, het verstand, de rationaliteit centraal. Niet meer de oude standen dienen de samenleving te bepalen maar de burgerij. De tijd van de rede is nu aangebroken. Deze nieuwe tijd is veruit superieur aan het verleden. En van toekomst verwachtte men nog meer. Men geloofde in een constante toename van de rede. Het onbekende hoefde alleen maar ontdekt te worden. Het besef ontstond, dat de mens zelf de meester van zijn eigen lot is. Er heerste optimisme over de mens en zijn natuur en zijn vermogen om zijn omgeving te veranderen. Als men gelovig blijft, hangt men een soort deïsme aan. Dat wil zeggen: men gelooft in een God die weliswaar de wereld geschapen heeft maar zich daarna van die wereld heeft teruggetrokken. Hij zit op zijn troon God te zijn maar de wereld draait verder op eigen krachten: de mens moet het zelf doen. Hierin passen ook de vrijmetselaarsloges die in die tijd opkomen. Ook zij hangen een soort deïsme aan en spreken in die zin over de grote Bouwmeester van het heelal. In Frankrijk ontwikkelt de Verlichting zich sterk antikerkelijk en leidt daar tot de Franse Revolutie. Deze Franse Revolutie die wilde afrekenen met de bestaande maatschappij en de Kerk, zette de Rede letterlijk op de troon. In november 1796 werd in de Notre Dame in Parijs de godin van Rede ingehuldigd en in het parlement werd besloten de kerk voortaan als tempel van de Rede te beschouwen. Dezelfde taferelen speelden zich af in andere kathedralen van Frankrijk. En wie waren vaak de leiders van deze quasi-erediensten? Afgevallen priesters! Er is ook wat dit betreft niets nieuws onder de zon.