Agenda

* Vanaf september 2014 'verhuist' de wekelijkse Tridentijnse Mis op zondag van de St.-Jacobskerk naar de Christus Koningkerk in Antwerpen (Jan de Voslei 6) en dit om 9u00. Celebrant: EH Matheus.
* Zondag 28 december: Tridentijnse Mis in de Basiliek van het Heilig Bloed in Brugge om 17u00

maandag 28 juni 2010

Liturgie na Vaticanum II

Via Kerknet:

Liturgisch congres over liturgie na Vaticanum II

BRUSSEL (KerkNet) – Vandaag horen wij verschillende geluiden over onze liturgie. De een is wat afzijdig, een ander vindt dat wij niet met onze eigen tijd meegaan of zoekt zijn heil in vormen van vele jaren geleden, waaraan de kerkgemeenschap ontrouw zou zijn. Evenwicht is alleszins noodzakelijk om tot een aansprekende liturgische viering te komen. Daarom kozen de organisatoren dit jaar voor een bezinning over de hedendaagse liturgie als onderwerp van het jaarlijks Liturgisch Congres onder de titel: ‘Liturgie na Vaticanum II: Een balans’. Het congres heeft op maandag 15 en dinsdag 16 november 2010 plaats in de Duinse Polders te Blankenberge.

Vanaf september is het programma en een elektronisch inschrijvingsformulier te vinden op de website www.liturgischcongres.be. Belangstellenden kunnen nu al hun naam opgeven aan het secretariaat van het “Liturgisch Congres, Abdijstraat 40, 2260 Tongerlo”.

zaterdag 26 juni 2010

Pater Van Isacker SJ wordt 97 jaar

Professor dr Karel Van Isacker S.J. wordt 97 jaar

Vandaag, zaterdag 26 juni, bereikt professor dr hist. Karel Van Isacker S.J. (Mechelen, 26 juni 1913) de hoge leeftijd van 97 jaar.

Karel Van Isacker volgde de humaniora bij de Jezuïeten in Aalst en trad in 1933 toe tot de orde. Naast filosofie en theologie studeerde hij vanaf 1941 geschiedenis aan de Katholieke Universiteit Leuven, en in 1945 werd hij priester gewijd.
Hij was van 1950 tot 1965 docent aan de toenmalige Handelshogeschool Sint-Ignatius. In 1954 promoveerde hij te Leuven tot doctor in de Wijsbegeerte en Letteren, afdeling Moderne Geschiedenis, op het proefschrift 'Werkelijk en Wettelijk land. De katholieke opinie tegenover de rechterzijde, 1863-1884'. Van 1965 tot 1980 was hij hoogleraar aan de Ufsia, nu Universiteit Antwerpen.
In het tweedelige 'Mijn land in de kering' geeft hij de sociale geschiedenis van het Vlaamse volk in de jaren 1830-1980 weer. Daarnaast was hij een van de hoofdredacteuren van de vijftiendelige geschiedkundige encyclopedie 'Twintig eeuwen Vlaanderen'.

Van Isacker is gekend om zijn analyse dat de malaise in de Rooms-katholieke Kerk van de tweede helft van de 20e eeuw voortkomt uit haar 'bezetenheid' zich aan te passen aan de moderne wereld, zonder zich af te vragen waar die moderne wereld eigenlijk voor staat.
In 1989 schreef hij een pleidooi voor de voorconciliaire Tridentijnse Liturgie: Ontwijding.

In Niel-bij-As bouwde hij een grote stal en boerderij om tot de Sint-Michaëlskapel en sindsdien celebreert hij er de zondagsmis volgens de oude ritus.

Alhoewel de jaren nu echt gaan tellen draagt hij nog dagelijks het heilig Misoffer op.

Oeuvre
Werkelijk en wettelijk land - 1954
Het Daensisme - 1959
Meesters en huurlingen - 1963
De Antwerpse dokwerker 1830 - 1940 - 1963 - De Nederlandsche Boekhandel
Afscheid van de havenarbeider 1944-1966 - 1967
Herderlijke brieven over politiek 1830-1966 - 1969
Irma Laplasse, stukken voor een dossier - 1970
Mijn land in de kering 1830-1980 - 1978 - De Nederlandsche Boekhandel
De enge ruimte 1914-1980 - 1983
Ontwijding - 1989, Davidsfonds, Leuven
Het dossier Irma Laplasse, kritiek van een repressie-dossier
Het land van de dwazen - 1976 - De Nederlandsche Boekhandel

vrijdag 25 juni 2010

Dag rond de Tridentijnse Mis in Utrecht voor priesters en seminaristen uit Nederland en België

Op 7 juli a.s., is het drie jaar geleden dat Paus Benedictus XVI de Tridentijnse Mis middels een Motu Propio heeft vrijgegeven.

Dit willen wij gedenken met een open dag in Utrecht voor priesters, seminaristen en acolieten uit Nederland en België.

7 juli 2010
Programma:

10:30 u Ontvangst Augustinuskerk Utrecht (Oude Gracht 69)
11:00 u Dr. Gero P. Weishaupt geeft een voordracht over ‘Summorum Pontificum’, vanuit kerkjuridisch perspectief. Aansluitend vragenronde.
12:30 u Lunch (eigen lunchpakket meebrengen, voor koffie wordt gezorgd).
13:30 u Uitwisseling over samenwerking in Nederland t.b.v. de Tridentijnse Mis
14:30 u Bezichtiging en uitleg over de restauratie Sint Willibrorduskerk
15.30 u Drieherenmis (HH. Cyrillus en Methodius) in de Sint Willibrorduskerk (Minderbroederstraat 21)
17.00 u Sluiting

Voor de Drieherenmis in de Sint Willibrorduskerk zijn alle gelovigen uitgenodigd.
Priesters kunnen tijdens de Mis desgewenst in toog en superplie in de koorbanken plaatsnemen. Zij die tijdens de dag zelf een Mis willen opdragen, worden verzocht een albe mee te brengen.

Er wordt voor de dag een eigen bijdrage gevraagd.

Parkeren is mogelijk in de parkeergarage "La vie" bij het St. Jacobskerkhof.
Vanaf het Centraal Station Utrecht is het 5 minuten lopen naar de Augstinuskerk en 10-15 minuten naar de Willibrorduskerk.

Voor verdere informatie:

Pastoor Schilder (Tilburg): pastoorke@kpnplanet.nl
Pastoor Mesch (Vught): parochieedithstein@planet.nl
Kapelaan Bunschoten (Assendelft): bfloris@lycos.com

Mysterium Fidei wenst Mgr. De Kesel proficiat met zijn benoeming tot bisschop van Brugge

BRUSSEL (KerkNet) – Paus Benedictus XVI benoemde vandaag mgr. Jozef De Kesel tot nieuwe bisschop van Brugge. Jozef De Kesel is geboren in Gent op 17 juni 1947. Hij is de zoon van Albert en Gabriëlle Boels, vijfde uit een gezin van 9 kinderen. Zijn oom Leo De Kesel (1903-2001) was hulpbisschop van Gent van 1961 tot 1990. Sinds 2002 was hij hulpbisschop voor het vicariaat Brussel. In maart werd hij door mgr. André-Joseph Léonard benoemd tot hulpbisschop voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen.

Jozef De Kesel startte in 1965, na zijn secundair onderwijs aan het Sint-Vincentiuscollege in Eeklo, priesterstudies. Van 1968 tot 1972 behaalde hij een baccalaureaat en licentie aan de Pauselijke Gregoriaanse Universiteit in Rome. Hij verdedigde zijn doctoraatsthesis in 1977 over de kwestie van de historische Jezus in de theologie van Rudolf Bultmann. Op 26 augustus 1972 werd hij tot priester gewijd in de parochiekerk van Adegem. Van 1980 tot 1996 was hij prefect en professor aan het Groot Seminarie in Gent, waar hij dogmatische en fundamentele theologie doceerde. Hij gaf ook de theologische vakken aan het Hoger Diocesaan Godsdienstinstituut in Gent, waarvan hij in 1992 voorzitter werd. Van 1989 tot 1992 doceerde hij christologie aan de Faculteit Godgeleerdheid van de KU Leuven. Vanaf 1983 was hij verantwoordelijk voor de opleiding van de pastorale medewerkers in het bisdom Gent.

Op 1 maart 1992 werd hij door mgr. Arthur Luysterman benoemd tot bisschoppelijk vicaris, verantwoordelijk voor het geheel van de theologische en pastorale opleiding en vorming in het bisdom, voor priesters, diakens, religieuzen en leken. Van 20 maart 2002 werd hij door paus Joannes Paulus II benoemd tot hulpbisschop van Mechelen-Brussel. Hij was hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Brussel tot hij op woensdag 17 maart 2010 door mgr. André-Joseph Léonard werd benoemd tot hulpbisschop en vicaris-generaal voor het vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen.

dinsdag 22 juni 2010

27 juni: Tridentijnse Mis en conferentie over de liturgie

UPDATE: !!! OPGELET: de conferentie voor de Mis zal niet doorgaan !!!
uitnodiging:

zondag 27 juni

Vierde deel van de conferentie over de liturgie
in de traditionele Romeinse ritus
(Tridentijnse Mis)

door EH A. Schijffelen
van de Priesterbroederschap St. Petrus

De conferenties gaan over de betekenis en de spiritualiteit van de liturgie. Hierdoor is de conferentie ook te volgen voor wie de vorige niet kon bijwonen.

om 16u30
in Restaurant Tom Pouce
Burg 17
Brugge

iedereen welkom - inkom gratis
(mits consumptie)

Aansluitend is er de H. Mis om 18u00 in de Basiliek van het Heilig Bloed.
Biechtgelegenheid vanaf 17u30.

maandag 14 juni 2010

Petrusbroederschap zit in de lift

Dit jaar alleen al heeft de Petrusbroederschap vijf nieuwe centra geopend. Hiermee is het aantal "canonieke huizen" op 38 gekomen.
Als gemeenschap van pauselijk recht kan de broederschap, met toelating van de plaatselijke bisschop zo'n huis oprichten in een bisdom. De nieuwe huizen zijn in Sées (Frankrijk), Irving, Tulsa, Tyler (Amerika) en Québec. De laatste drie jaar kwamen er 15 dergelijke huizen bij. Dit duidt erop dat de priesterbroederschap door meer en meer bisschoppen geaccepteerd wordt.
In België heeft de priesterbroederschap een vestiging in Namen, vanwaaruit het o.m. de Mis verzorgt in Herstal, Brussel en Brugge.

donderdag 10 juni 2010

dinsdag 8 juni 2010

Verslag sacramentsprocessie in Luik


Een beeldverslag van de sacramentsprocessie (zaterdag 5 juni 2010) op de
Luikse plaatselijke TV-zender. Voor het eerst in meer dan dertig jaar werd deze processie opnieuw georganiseerd in de binnenstad van Luik, de plaats waar Sacramentsdag ontstond, onder impuls van de heilige Juliana van Cornillon. Er namen 500 mensen aan deel.

Opmerkelijk: de Luikse bisschop, mgr. Jousten, lijkt er zelf niet gelukkig mee.

Aartsbisschop Léonard liep integendeel zelf mee in de Sacramentsprocessie die zondag 6 juni door de straten van Brussel trok.

http://www.rtc.be/content/view/671980/443/

woensdag 2 juni 2010

22 jaar "Ecclesia Dei"

Sandro Magister publiceerde op zijn website het volgende artikel uit de Osservatore Romano van Giancarlo Rocca over de Ecclesia Dei-commissie en de gemeenschappen die eronder vallen. De Franse versie vindt u hier.


TWENTY YEARS AFTER "ECCLESIA DEI". AN ASSESSMENT

by Giancarlo Rocca

On July 2, 1988, the pontifical commission "Ecclesia Dei" was instituted with the motu proprio of the same title by John Paul II. The initial objective was to facilitate the return to full communion with the Church of priests, seminarians, religious, groups and individuals who, not agreeing with the liturgical reform of Vatican Council II, had joined the priestly fraternity of Saint Pius X founded by Archbishop Marcel Lefebvre, but had not agreed with his action, performed in 1988, of a consecrating a few bishops.

Afterward, "Ecclesia Dei" extended its competencies, placing itself at the service of all those who, even without connections to the groups of Archbishop Lefebvre, desire to preserve the former Latin liturgy in the celebration of the sacraments, and of the Eucharist in particular. In practice, "Ecclesia Dei" has been given the task of conserving and preserving the value of the Latin liturgy of the Church established in the 1962 reform of John XXIII.

The progress made by "Ecclesia Dei" in these nearly twenty-two years has been significant.

In 1988, the year of its foundation, it granted pontifical approval to the priestly fraternity of Saint Peter, and of the Saint Vincenzo Ferreri fraternity.

The first was founded immediately after the schism of 1988, and its first superior was Fr. Joseph Bisig, previously the assistant general of the fraternity of Saint Pius X with Archbishop Lefebvre.

The second was created in 1979 by Fr. Louis-Marie de Blignières, who had maintained that the conciliar declaration "Dignitatis Humanae" on religious freedom was contrary to traditional Church teaching, and later, after more thorough study, had become convinced that Vatican II did not represent a rupture.

Pontifical approvals for other institutes followed:

- the abbey Sainte-Madeleine, founded in 1970 by Fr. Gerard Calvet, a monk of the Benedictine Subiaco congregation (1989);

- the abbey Our Lady of the Annunciation, in Le Barroux, France, founded in 1979 as the women's branch of the abbey Sainte-Madeleine, founded by Fr. Calvet (1989);

- the Mothers of the Holy Cross, with generalate house in Tanzania, founded in 1976 by Sister Maria Stieren, of the missionary Benedictines of Tutzing, and by Fr. Cornelio Del Zotto, of the Friars Minor (1991);

- the Servants of Jesus and Mary, founded in 1988 by former Jesuit Fr. Andreas Hönisch, and currently based in Austria (1994);

- the Canonesses Regular of the Mother of God, founded in France in 1971 and connected to the Canons Regular of the Mother of God (2000);

- The Missionaries of the Holy Cross, with generalate house in Tanzania, founded in 1976, which constitutes the men's equivalent of the Mothers of the Holy Cross (2004);

- the Institute of Saint Philip Neri, founded in 2003 by Fr. Gerald Goesche, based in Berlin, Germany (2004);

- the Institute of the Good Shepherd, founded in the same year in France by Fr. Philippe Laguérie, together with some priests who had left the priestly fraternity of Saint Pius X (2006);

- the Oasis of Jesus the Priest, founded in 1965 by Fr. Pedro Muñoz Iranzo and based in Argentona, Spain (2007);

- the Institute of Christ the King Sovereign Priest, founded in 2000, based in Sieci, Florence (2008);

- the Adorers of the Royal Heart of Jesus Christ the Sovereign Priest, founded in 2000, based in Sieci, Florence, which constitutes the women's branch of the Institute of Christ the King Sovereign Priest (2008).

- Approval of diocesan right is currently underway for the Sons of the Most Holy Redeemer, founded in 1988 and based in Scotland, and of the Fraternity of Christ the Priest and of Holy Queen Mary, based in Toledo, Spain.

There are many more foundations – individual monasteries and convents of sisters – that celebrate the liturgy according to the rite of 1962, and it is impossible to list them. But here it is necessary to recall the journey made by the diocese of Campos in Brazil, whose bishop, a man closely aligned with the positions of Archbishop Lefebvre, resigned in 1981 for reasons of age and afterward became a member of the priestly society of Saint John Baptist Mary Vianney. In 2002, the society came back into communion with the Church, and was constituted as a personal apostolic administration – limited to the territory of the diocese of Campos – for the faithful attached to the Tridentine tradition. Within this new apostolic administration, the Institute of the Immaculate Heart of Mary, founded in 1976, received approval of diocesan right in 2008.

As can be seen, a modest number of institutes have obtained pontifical approval, with the possibility of following the traditional rite in the Church. Taken individually, they are small institutes, but around them revolve a certain number of faithful.

The most numerous group seems to be that of the priestly fraternity of Saint Peter, which numbers about thirty houses in the United States of America, about twenty in France, and a few more in Austria, Germany, Switzerland, and Belgium. In Rome in 2008, the fraternity was assigned a personal parish for the faithful who prefer the rite of Pius V: the church of Santissima Trinità dei Pellegrini was designated as their center. The other institutes are of much smaller dimensions, with the exception of the Institute of Christ the King Sovereign Priest, present in about fifty dioceses, with about 70 priests.

In any case, it is difficult to quantify the number of those who in various ways are under the supervision of "Ecclesia Dei." There are said to be about 370 priests, 200 religious, a hundred non-ordained religious, 300 seminarians, and a few hundred thousand faithful.

As a result of these figures, "Ecclesia Dei" has sometimes been very quick to grant pontifical approval to institutes that have wanted to reenter the Church. And this way of operating stands out clearly if its is compared with the practice of the congregation for institutes of consecrated life and societies of apostolic life, which waits several years before granting pontifical approval to an institute.

The manner in which these institutions have been approved is just as significant, and is clearly expressed in the relative documents.

In establishing the personal apostolic administration of Saint John Mary Vianney, in 2002, the congregation for bishops granted the faculty of celebrating the Eucharist, the other sacraments, and the liturgy of the hours according to the rite codified by Pius V and with the adaptations introduced up until 1963 with the pontificate of John XXIII.

Approving the Institute of Christ the King Sovereign Priest in 2008, "Ecclesia Dei" presented this as a society of priests intending to celebrate "decore ac sanctitate cultus liturgici secundum formam extraordinariam Ritus Romani."

Also in 2008, the commission granted the Trappist abbey of Mariawald, in Germany, a complete return to the liturgy used in the Trappist order until 1963-1964.

The different regime appears even more evident if one considers that these institutes, listed in the Annuario Pontificio, answer only to "Ecclesia Dei," although the granting of pontifical right depends on consultation with the prefect of the congregation for institutes of consecrated life and societies of apostolic life.

Two documents by Benedict XVI have clarified the range of action of "Ecclesia Dei," and the life of those who feel attached to the ancient rite of the Church.

In the motu proprio "Summorum Pontificum," of July 7, 2007, the pope asserts that the missal of Paul VI is an ordinary expression of the prayer of the Latin-rite Catholic Church, while the one published by John XXIII is an extraordinary expression. This means that neither of the two forms of the one Latin rite is seen as replacing the other. As a result, the use of the Roman missal in the 1962 edition has been liberalized and regulated according to the normative dispositions of "Summorum Pontificum." All priests who wish to may celebrate according to the ancient rite, without needing any permission. And the religious institutes may also celebrate following the previous Roman missal, with the agreement of their major superiors if a regular or permanent celebration is in question. The effect of these measures, and certainly an intentional one, is not to contrast the missal of Pius V with that of Paul VI or vice versa – making it an element of friction – but to consider them two forms of the one rite.

The second document is the motu proprio apostolic letter "Ecclesiae Unitatem," of July 2, 2009, with which the pontiff closely associated "Ecclesia Deo" with the congregation for the doctrine of the faith. This updating of its structure is intended to adapt the pontifical commission to the new situation created with the lifting of the excommunication – on January 21, 2009 – of the four bishops consecrated by Archbishop Lefebvre. Because the problems in view of healing the division of the priestly fraternity of Saint Pius X are of an essentially doctrinal nature, Benedict XVI has decided to expand the competencies of "Ecclesia Dei," putting it directly under the congregation for the doctrine of the faith.

(from "L'Osservatore Romano," May 11, 2010)